Cochleair implantaat bij eenzijdige doofheid laat
ook na twee jaar verbetering zien.
(bron: Nieuwsbrief Hoormij-NVVS, 17 maart 2026)
Een cochleair implantaat kan bij volwassenen met eenzijdige doofheid niet alleen het spraakverstaan verbeteren en tinnitusklachten verminderen, maar ook samenhangen met minder ervaren stress en verbetering van verschillende aspecten van kwaliteit van leven. Nieuw onderzoek laat zien dat deze veranderingen niet alleen kort na de implantatie optreden, maar ook twee jaar later nog zichtbaar zijn. De studie werd uitgevoerd door onderzoekers van Charité – Universitätsmedizin Berlin. In het onderzoek werden volwassenen met eenzijdige doofheid gedurende twee jaar gevolgd na hun cochleaire implantatie.
Onderzoek
Een cochleair implantaat kan bij volwassenen met eenzijdige doofheid bijdragen aan beter spraakverstaan, minder tinnitusklachten en verbetering van verschillende aspecten van kwaliteit van leven. In recent onderzoek werden ook lagere stressscores gevonden na implantatie.
Uitleg over single sided deafness
Bij eenzijdige doofheid, ook wel Single Sided Deafness (SSD) genoemd, hoort één oor normaal of vrijwel normaal terwijl het andere oor ernstig slechthorend of doof is. Doordat het horen met twee oren ontbreekt, kunnen verschillende problemen ontstaan. Het verstaan van spraak in rumoer wordt moeilijker, het lokaliseren van geluiden lukt vaak minder goed en het ruimtelijk horen raakt verstoord. Ook tinnitus komt in deze groep relatief vaak voor.
Onderzoek bij 70 volwassenen
In het onderzoek werden 70 volwassenen gevolgd die hun gehoor aan één oor verloren nadat zij taal hadden geleerd. Dat wordt postlinguale eenzijdige doofheid genoemd. Alle deelnemers kregen een cochleair implantaat. De onderzoekers onderzochten hen vóór de operatie en daarna opnieuw na zes maanden, één jaar en twee jaar. Daarbij keken zij naar het spraakverstaan, de ervaren hoorproblemen in het dagelijks leven, tinnitusklachten en verschillende psychologische aspecten zoals stress en kwaliteit van leven.
Cochleair implantaat geeft weer input aan het dove oor
Bij andere oplossingen voor eenzijdige doofheid, zoals een CROS-hoortoestel of een botgeleidingssysteem, wordt geluid van de dove kant doorgestuurd naar het beter horende oor.
Een cochleair implantaat werkt anders. Het geeft weer auditieve input aan het dove oor zelf. Daardoor kan het brein opnieuw informatie uit twee richtingen ontvangen, wat belangrijk is voor ruimtelijk horen en geluidslokalisatie.
Grote verbetering van spraakverstaan
Het spraakverstaan in het dove oor was vóór de implantatie vrijwel afwezig. Na zes maanden konden deelnemers gemiddeld al meer dan de helft van de aangeboden woorden correct verstaan. Na één jaar lag het spraakverstaan rond de 60 procent en na twee jaar bleef dat ongeveer op hetzelfde niveau. De grootste vooruitgang trad op in de eerste maanden na de activatie van het implantaat. Daarna bleven de resultaten stabiel.
De in deze studie gerapporteerde scores voor spraakverstaan zijn gebaseerd op de Duitse Freiburgtest. Dit is, net als de in Nederland gebruikte NVA-woordlijsten, een monosyllabische woordtest zonder context. Een belangrijk verschil zit echter in de scoring: in de Freiburgtest telt alleen een volledig correct herkend woord mee, terwijl in de Nederlandse praktijk vaak ook op foneemniveau wordt gescoord of aanvullende zinstests worden gebruikt. Deze benaderingen zijn minder strikt en leveren doorgaans hogere scores op. Daardoor zijn de percentages uit deze studie niet één op één te vergelijken met uitkomsten die in de Nederlandse praktijk worden gerapporteerd. De lagere scores geven dus niet zonder meer aan dat de functionele resultaten bij single-sided deafness slechter zijn dan bij andere indicaties voor cochleaire implantatie.
Dagelijks horen volgens deelnemers verbeterd
De deelnemers rapporteerden ook zelf veranderingen in het dagelijks horen. Zij gaven aan dat spraakverstaan in stilte en in lawaai gemakkelijker werd. Ook het bepalen van de richting van geluiden lukte beter dan vóór de implantatie. Deze verbeteringen waren al zichtbaar bij de eerste controle na zes maanden en bleven daarna aanwezig.
Minder last van tinnitus
Voor de implantatie had het grootste deel van de deelnemers tinnitus. Na de implantatie nam de ernst van de tinnitusklachten gemiddeld af. De grootste verbetering werd gezien in de eerste zes maanden na de ingreep. Daarna bleven de scores op een lager niveau dan vóór de implantatie. Dit wijst erop dat cochleaire implantatie bij een deel van de patiënten ook verlichting kan geven van tinnitusklachten.
Verbeteringen in kwaliteit van leven
De onderzoekers zagen ook veranderingen in verschillende aspecten van kwaliteit van leven. Vooral op het gebied van zelfvertrouwen, activiteiten en sociale interactie trad verbetering op. Dat betekent dat deelnemers zich zekerder voelden, actiever konden deelnemen aan activiteiten en sociale situaties beter aankonden. Niet op alle onderdelen van kwaliteit van leven werd een statistisch significante verandering gevonden.
Minder ervaren stress
Naast de gehooruitkomsten keken de onderzoekers ook naar psychologische factoren. De deelnemers rapporteerden na de implantatie gemiddeld minder stress dan vóór de operatie. Die afname was al zichtbaar na zes maanden en bleef ook bij latere metingen bestaan. Voor angst en depressieve klachten vonden de onderzoekers geen blijvende statistisch significante veranderingen.
Beperkingen van het onderzoek
Het onderzoek werd uitgevoerd in één centrum en bevatte geen controlegroep. Daardoor kan niet worden vastgesteld hoe de resultaten zich precies verhouden tot andere behandelopties, zoals CROS-systemen of botgeleidingssystemen. Ook nam het aantal deelnemers dat alle metingen tot twee jaar volgde in de loop van het onderzoek af. Volgens de onderzoekers waren er bij de start van het onderzoek geen duidelijke verschillen tussen deelnemers die wel of niet alle follow-upmetingen voltooiden.
Onderzoek past in groeiende aandacht voor CI bij eenzijdige doofheid
De aandacht voor cochleaire implantatie bij eenzijdige doofheid groeit al langer. Eerder was er ook aandacht voor onderzoek dat wees op voordelen van cochleaire implantaten bij eenzijdig en asymmetrisch gehoorverlies (lees meer). Ook onderzoek bij kinderen met eenzijdige doofheid kwam eerder aan bod (lees meer). Het nieuwe onderzoek uit Berlijn sluit daarbij aan en voegt vooral langetermijngegevens toe over volwassenen met eenzijdige doofheid.
Vergoeding in Nederland blijft struikelblok
De uitkomsten van dit onderzoek roepen al snel de vraag op of volwassenen met eenzijdige doofheid in Nederland ook voor een cochleair implantaat in aanmerking komen. Dat is op dit moment niet het geval als standaardregeling. Tegelijk kijkt Zorginstituut Nederland wel naar de vergoeding van een tweede cochleair implantaat bij volwassenen die al één implantaat dragen en onvoldoende baat hebben bij een hoortoestel in het andere oor. De procedure loopt tot en met het derde kwartaal van 2026 (lees meer). In België is er sinds 1 januari 2026 vergoeding bij unilaterale doofheid bij vcolwassenen.
Wie meer wil weten over de algemene indicatiecriteria voor cochleaire implantatie, kan terecht op de achtergrondpagina over wanneer iemand voor een cochleair implantaat in aanmerking komt (lees meer).
In België is de ontwikkeling inmiddels anders. Daar werd eerder bekend dat vanaf 2026 ook volwassenen met eenzijdige doofheid en asymmetrisch gehoorverlies in aanmerking kunnen komen voor terugbetaling van een cochleair implantaat (lees meer).
Resultaten na twee jaar follow-up
De onderzoekers concluderen dat cochleaire implantatie bij volwassenen met eenzijdige doofheid gepaard kan gaan met verbeteringen in spraakverstaan, ervaren hoorvermogen, tinnitusbelasting, ervaren stress en verschillende aspecten van kwaliteit van leven gedurende een follow-upperiode van twee jaar.